Lotje de kat, een dak boven je hoofd

miriam-van-broekhuizen Blogpost door: miriam-van-broekhuizen
Geplaatst op: 14-05-2013 om 20:25

Wat gebeurt er allemaal in de koppies van onze kinderen. Van kinderen die een dierbare hebben verloren? Van kinderen in de rouw? Bekend is, dat kinderen aan de buitenkant niet altijd hun emoties laten zien. Dat schijnbaar hun leven zomaar doorgaat. Maar niets is minder waar.

Vroeger was het aan een ander veel makkelijker te zien of diegene in de rouw was. De kleding werd immers aangepast, er werd niet meer uitgegaan. Ook de buurt, de buurt rouwde mee, zorgde voor de nabestaanden. Van de 12 mensen om je heen is er wel 1 die in de rouw is.

Rouwen hoort bij het leven. Leren omgaan met verlies begint al direct na de geboorte. Immers je mama is niet de hele dag bij je. Je ligt ook alleen in je bedje. In je jonge jaren een verlies meemaken maakt je uiteindelijk sterk. Leren omgaan met de tegenslagen van het leven. Het is iets wat we liever niet doen. Nare gevoelens maken ons niet blij. Maar het delen ervan, van gezien worden, wat je ook maar uitstraalt, dat is iets wat we allemaal willen. Iedereen wil gezien worden. We willen allemaal meedoen, we zijn sociale dieren. Dat zit in onze natuur. Maar dat is niet altijd makkelijk. Als je goed kijkt, lees je het lichaam van een ander. We communiceren met ons lijf. Onze mimiek, onze houding, zegt veel over hoe we ons voelen. Onze snelle wereld, met al die sociale media om ons heen, zou ervoor kunnen zorgen dat we elkaar niet echt zien. Dat we daaraan voorbij gaan. En kinderen in de rouw laten soms maar heel kort iets van zichzelf zien. Die nare gevoelens worden maar al te vaak weggestopt. En dan zomaar ineens komen ze eruit. Vaak heb je er dan geen controle meer over, als een stortvloed komt het er dan uit. Alleen daarom al is het goed je emoties te herkennen, zodat je ze kan uiten, kan delen. Maar de ander zou wel tijd mogen nemen, om dat dan te zien. In contact met elkaar is het prettig dat er goed gecommuniceerd wordt met elkaar, maar vooral dat je mag zijn wie je bent.

Kinderen in de rouw schamen zich soms voor hun heftige emoties. Ze willen niet anders zijn dan een ander. Of ze schamen zich voor hun gevoel. Boosheid, op degene die overleden is, het gevoel dat ze in de steek gelaten zijn. Dat ze zich eenzaam kunnen voelen, ook al zitten ze in een klas met 30 kinderen. Want we willen allemaal begrepen worden. Ook al durven we onze gedachten niet altijd te laten zien. Mits we ons veilig voelen. Zo ging het ook op een ochtend met Mara.

Mara zat tussen de andere kinderen in de kring. Juf zag al, dat ze steeds met haar gedachten ergens anders was. ‘Wat ging er toch in haar hoofd om?’, dacht ik. ‘Zou ze ruzie hebben gehad met haar broer? Of zou ze, zoals zo vaak gebeurde, weer geen ontbijt hebben gehad?’ Dan is het logisch dat ze er niet bij was met haar hoofd. Concentreren is dan nogal lastig, ja. Mara zat te friemelen aan haar schoenen. Ineens keek ze me aan. Ik was in gesprek met een ander, maar zag haar blik. Benieuwd was ik, wat ze zou gaan vertellen of vragen.

‘Juf’, jouw papa en mama zijn toch dood, he?’ vroeg ze. Mijn gedachten flitsten alle kanten op. Hoe ga ik reageren? Mara had het vorig jaar allemaal meegekregen, zij zat ook bij mij in de klas. De andere kinderen niet. Gespannen keken ze me aan, wat ik zou gaan zeggen. Ik besloot maar gewoon eerlijk te zijn, en er een beetje luchtig over te doen. ‘Ja, Mara, dat klopt. Wat goed dat je dat nog weet!’. Alle ogen in mijn richting. ‘Moest je steeds huilen, juf?’ vroeg Kees. ‘Ja’, zei ik, ‘soms wel en soms niet’. ‘Ben je nog steeds verdrietig, dan juf?’. Ik beaamde de vraag. Ondertussen zag ik dat Mara nog aan het nadenken was. Ik besloot haar ernaar te vragen. Op mijn vraag kwam een wedervraag: ‘Juf, waar woon jij dan?’. Ik kon de link niet meteen leggen. Nou in een huis, samen met mijn man en kinderen. Mara fronste. ‘Ja maar, waar zijn jouw papa en mama dan?’. Ik herhaalde wat ik even daarvoor verteld had. Mara was duidelijk in de war. ‘Maar wie zorgt er dan voor jou?’, vroeg ze. Het kwartje begon te landen bij mij. Op de leeftijd van de kinderen in mijn klas is het natuurlijk heel normaal, dat je bij je papa en je mama woont. En tja, dat kon bij mij natuurlijk niet zo zijn. Want mijn ouders leefden immers niet meer. Maar Mara’s moeder is ernstig ziek. Een golf van emoties en meelevendheid schoten door me heen. Ik begreep ineens Mara’s gedachtengang... dat meisje maakte zich zorgen.

Mara was bang dat haar moeder zou komen te overlijden. Dat zat er achter de vragen die ze me stelde... wat was ik blij, dat ik had gezien dat ze ergens mee zat. Dat ik de tijd heb genomen, erop in te gaan, te kiezen voor doorvragen, door haar emoties er te laten zijn. Want hierdoor ben ik een week later, toen we oudergesprekken hadden, met haar moeder in gesprek gegaan. Ik heb haar moeder kunnen vertellen, wat voor last haar dochter met zich meedroeg. Want het is nogal wat, voor een kind, je af te moeten vragen waar je naartoe gaat als je er met je broer en zonder papa en mama er zomaar alleen voor staat. Dat zijn al grote mensen zorgen...

Haar mama en ik hebben ervoor gezorgd dat het duidelijk was onder welk dak Mara en haar broer zouden komen te wonen, mocht het niet goed gaan met mama. Maar ook een gesprek met de dokter en mama heeft Mara geholpen. De arts is duidelijk geweest, heeft de zorg weg kunnen nemen van Mara. Ouders willen ook hun kind beschermen, maar dit heeft maar weer eens duidelijk gemaakt, dat je sommige zaken maar beter wel kunt bespreken met je kinderen. Op hun eigen niveau natuurlijk, maar vooral open en eerlijk. Want de gedachten van kinderen kunnen alle kanten opgaan. Mara’s gedachten konden weer bij andere dingen zijn, nu ze niet meer na hoefde te denken over grote mensen dingen...

Plaats een reactie

Zelf een opmerking of een tip? Plaats hier je comment en geef jouw advies!

 



captcha

Andere columns van miriam-van-broekhuizen